Farma lobby

Mariska Koster

By: Mariska Koster

3 min read

Jona Walk publiceerde een stuk, ook op LinkedIn, over beïnvloeding door diverse takken van industrie. Zij maakt de vergelijking tussen lobby door drankfabrikanten en farmaceutisch industrie, en vraagt vervolgens: “Maar waarom denken wij dat banden met de ene industrie wel invloed heeft op het beoordelingsvermogen en de andere niet?”

Dat is een valse vraag, want volgens mij is er helemaal niemand die dat denkt. De vraag zou moeten zijn: leiden lobbyactiviteiten van belangengroepen (tabak-, alcohol-, auto-industrie, oliemaatschappijen, geneesmiddelenfabrikanten) tot slechtere resultaten in besluitvorming? Met dan meteen een definitieprobleem: wat is slechtere besluitvorming? Zijn dat besluiten die een negatief effect hebben op maatschappelijke doelen? Je kunt op volstrekt idiote gronden een correct besluit nemen, en een perfect proces doorlopen met een rampzalige uitkomst.

Jona noemt in haar stuk als voorbeeld van laakbare belangenverstrengeling de campagne van de Nederlandse Immunisatie Stichting . Deze stichting zoekt vaccinatie te bevorderen en wordt gefinancierd door fabrikanten van vaccins. Jona maakt zich een beetje boos omdat maatschappelijke organisaties hun logo aan die campagne hebben verbonden. Die organisaties (ik noem ze niet allemaal) hebben echter een standpunt over vaccinatie: De KNMG beschouwt vaccineren als een fundamenteel onderdeel van de individuele en volksgezondheid. De NFU benadrukt het belang van vaccinatie ter bescherming van kwetsbare patiënten en om uitval van zorgpersoneel te voorkomen. De KNMP pleit sterk voor zelfstandige vaccinatiebevoegdheid voor apothekers om de vaccinatiegraad in Nederland te verhogen. Vaccinatie wordt gezien als cruciale preventie. ActiZ, de branchevereniging voor zorgorganisaties, heeft gedurende de coronapandemie een duidelijk en pro-actief standpunt ingenomen ten aanzien van vaccinaties gericht op bescherming, snelheid en het faciliteren van vaccinatiegraad onder medewerkers.

De campagne is m.i. dus geheel in lijn met het standpunt en het doel van deze organisaties, maar ze zouden hun naam er niet aan mogen verbinden omdat de industrie de campagne sponsort? Het lijkt niet om het brood te gaan, maar om de bakker. En liever geen brood dan brood van een verkeerde bakker.

Ik geef momenteel (vanuit de vakgroep gezondheidseconomie van de VU, samen met anderen) een meerdaagse cursus over dilemma’s rondom geneesmiddelen. Die cursus is o.a. geaccrediteerd door ABAN, en zij stellen als voorwaarde dat alle sprekers een disclosure slide opnemen in hun presentatie. Daarin openbaart de spreker zijn relaties met bedrijven. Prima, natuurlijk. Alleen hebben de sprekers veelal ook banden met de overheid, met zorgverzekeraars, of zijn afhankelijk van subsidieverstrekkers. Daar maakt ABAN zich totaal geen zorgen over, terwijl bv de overheid als werkgever of als opdrachtgever voor een onderzoek vrij dwingend kan zijn. Heeft de overheid dan geen invloed op de onafhankelijkheid van de spreker?  Of denken we dat de overheid per definitie het belang van ons volk dient, en daarom uitsluitend invloed ten goede kan hebben? Er is niet één ‘overheid’: er zijn meerdere bestuurslagen en instituties die uiteenlopende doelen hebben en elkaar soms zelfs tegenwerken. Bovendien handelen overheden niet in een vacuüm, maar in opdracht van politieke actoren met eigen (vaak korte termijn-) belangen en electorale prikkels. Ik vind het daarom naïef om te denken dat alleen beïnvloeding door een commerciële partij onwenselijk is.

Beïnvloeding bestaat. Dat is een gegeven, en daarvoor dient men niet de ogen te sluiten. Beïnvloeding komt van alle kanten. Overmatige aandacht voor invloed van één groep partijen maakt ons blind voor andere invloeden. Uitsluiten van één groep maakt de besluitvorming per definitie niet beter, maar juist de invloed van die andere groepen groter. Ik denk niet dat dat is wat Jona Walk als ideale uitkomst zou zien.

Share this article

Advertisement

Advertisement